Game changer

Het nieuwe jaar is alweer meer dan een maand oud en daarmee is het tijd om de status van mijn derde goede voornemen te evalueren. Mijn derde goede voornemen was om een maand veganistisch te eten. Er zijn meerdere redenen waarom veganistisch eten als ‘ goed voornemen’ geclassificeerd kan worden. Het is beter voor het milieu, het voorkomt dierenleed, het is beter voor de gezondheid, etcetera. In mijn geval komt daar als bonus bij dat het veganisme mijn aandacht afleid van De Zaak, waar ik tot eind 2019 volcontinu mee bezig was. Vol goede moed begon ik 1 januari met mijn goede voornemen. Ik heb me aangemeld bij veganchallenge.nl, een initiatief van een aantal jonge hippe mensen die de overstap naar veganisme makkelijker willen maken door mensen een maand lang veganistisch te laten eten. Als je je aanmeldt krijg je dagelijks tips, recepten en adviezen in je email over veganisme. Geheel volgens deze tips had ik vooraf een lijst van veganistische voedingsmiddelen aangeschaft. De lijst omvat producten waar ik tot dan toe nog nooit van gehoord had. Tempeh, seitan, Kala namak, tahin, het hadden voor mij net zo goed namen van steden kunnen zijn. Of namen van ziektes. Ik ben van mijzelf niet bepaald een keukenprinses en in de supermarkt moet ik al zoeken om vrij doorsnee- maar voor iemand die zelden kookt toch nog behoorlijk exotisch voedingsmiddel als de avocado. Het duurde tot ver in mijn volwassenheid voordat ik wist dat avocado niet alleen een gele substantie in een glazen fles was, maar ook een fruit: hoe verwarrend! Ik besluit om het mezelf niet moeilijker te maken dan nodig en maak een winkelmandje aan op ah.nl om de boodschappenlijst met de zoekfunctie te vinden. Alles beter dan 3 uur lang als een dolle mina heen en weer door de Albert Heijn rennen op zoek naar dingen die ik niet kan uitspreken en die ik ook niet herken als ik ze zie. Eenmaal alles in mijn winkelmand gezet schrik ik van de prijs. Negentig euro voor een veganistische voorraadlijst, niet bepaald goedkoop. Vervolgens ga ik naar de volgende stap in de vegan challenge: recepten zoeken. Op de site kun je recepten filteren naar moeilijkheidsgraad en voorbereidingstijd. Zonder na te denken selecteer ik 15 min. voorbereidingstijd en de laagste moeilijkheidsgraad. Ik krijg een recept met zoete aardappelen en zie dat er maar twee hoofdingredienten zijn: perfect! Dan scrol ik naar beneden en zie de ingredienten voor de saus. Een eindeloze lijst met specerijen waar ik nog nooit van gehoord heb. Kansloos. Voor ik die lijst bij elkaar gesprokkeld heb in de supermarkt ben ik uren verder. Hoe meer recepten ik op zoek hoe duidelijker het mij wordt- veganistisch eten koken is hogere wiskunde. Of in ieder geval is het alleen haalbaar voor mensen die al best goed kunnen koken en veel vrije tijd hebben. Hoewel ik net de basis voorraadlijst heb besteld met allerlei ingrediënten voor verschillende recepten, besluit ik bij de Jumbo en Ekoplaza acuut kant en klare veganistische maaltijden te bestellen. Gelukkig zijn die er genoeg, hoewel ze wel allemaal duurder zijn dan standaard maaltijden. Op 1 januari begin ik mijn vegan challenge met groene spinazie afbakbroodjes met humus. In de avond eet ik rode linzen pasta met rode bieten burgers. De rode bietenburgers zien er onnatuurlijk en chemisch uit, maar ze zijn prima te eten.

De oplettende lezer zal wellicht al opgemerkt hebben dat de houdbaarheidsdatum al een week verstreken is maar dat bleek niet uit te maken. De chemisch uitziende rode bietenburger bleek prima te hachelen. Een goed begin van mijn veganistische voornemen! En extra bonuspunten voor de rode bietenburger vanwege zijn uitzonderlijk lange houdbaarheid.

Op maandag neem ik een veganistische salade mee, soja yoghurt, en veganistisch brood. Al snel begint mijn maag te knorren; normaal gesproken eet ik veel tussendoortjes, maar die ‘mag’ ik nu niet eten. De volgende dag begin ik zelfs duizelig te worden. Zelfs nu ik amper sport heb ik veel eten nodig; blijkbaar heb ik een snelle stofwisseling. Ik merk dat zonder veel tussendoortjes ik de dag niet doorkom. Normaal gesproken loop ik op mijn werk de hele dag door te eten. Op mijn vorige werk kwamen collega’s zelfs naar mijn bureau lopen als ze snoep wilden; ik had tenslotte altijd wel iets liggen. Chocolonely karamel zeezout, Toblerone, m&m’s, chips, koekjes, alles tegelijk, achter elkaar, na het eten, voor het eten, vlak voor het sporten of als ik net wakker ben. Met mijn loden pijp en betonnen maag kan ik alles eten zonder misselijk te worden. Was dit misschien mijn sleutel tot succes voor het ultralopen? Mijn eerste ultraloop liep ik op gels zonder die ooit van te voren hebben geprobeerd. Ik word niet misselijk ongeacht wat ik eet. Terwijl ik theoretiseer over mijn eetgewoontes realiseer ik me dat ik net het ultralopen achter me heb gelaten en buiten het ultralopen om heb ik weinig aan mijn vermogen onwaarschijnlijk veel te eten. En was het idee van het veganistisch eten niet juist ook om minder een belasting te vormen voor de aarde in plaats van zoveel mogelijk te consumeren? Consuminderen in plaats van consumeren, dat is het motto.

Op woensdag neem ik me voor om zoveel eten mee te nemen dat ik onmogelijk honger kan krijgen. De nieuwe strategie is om me zo onwaarschijnlijk vol te stoppen met eten dat ik geen behoefte meer krijg om iets ‘ fouts’ te eten. Het lijkt te werken tot ik merk dat ik de wc ineens wel erg vaak bezoek. In alle veganistische etenswaren lijken de bestanddelen die normaal gesproken een dierlijke afkomst hebben, te zijn vervangen door laxeermiddel. Wordt dit nog beter? En dan heb ik ook nog eens een relatief milde dieetverandering ondergaan, aangezien ik al twintig jaar vegetariër ben. Ik ben vleesvervangers gewend. Ik merk dat ik enigszins geïrriteerd raak door de impact die de dieetverandering op mijn leven heeft. . Ik ben opgelicht door de veganistische beweging! Niks makkelijk omschakelen naar veganistisch. Puur afzien. Ondanks – of misschien wel dankzij- de strubbelingen met mijn nieuwe dieet merk ik dat het zoeken naar een manier om veganistisch te eten mijn aandacht afleidt van De Zaak. Missie geslaagd, ook al is de feitelijke invulling van het voornemen niet volledig gelukt.

Op donderdag ben ik door mijn kant en klaar maaltijden heen. Ik besluit de ekoplaza te bezoeken. Ik stap de winkel binnen en het valt me meteen op dat ze weinig eten hebben dat ik herken als zijnde eten. De winkel lijkt rustig te zijn; ik zie een paar mensen die ik in mijn pre-veganistische leven zou betitelen als geitenwollen sokken types. Veganistische voedselextremisten. Dreadlocks dragende dierknuffelaars. Nu ben ik 1 van hen, tenminste, dat hou ik mezelf even voor. Bij de kassa blijkt al dat ik mezelf nog niet helemaal heb weten te transformeren tot volwaardig ekoplaza bezoeker. De cassierre kijkt me glazig en verwart aan. Is dat wat jarenlang veganistisch eten met je doet? Of komt het omdat ik er inderdaad niet uit zie als de gemiddelde ekoplaza bezoeker, met mijn leren laarsjes, leren tas en manteljas? Ik zal er nooit achter komen, want ik voel enige terughoudendheid om naar haar te roepen ‘waar kijk je naar, heb ik soms wat van je aan’? Ik lach vriendelijk naar haar, krijg een glazige blik terug en loop de winkel uit.

In het weekend lijk ik eindelijk een modus operandi te hebben gevonden voor een veganistische leefstijl maar ik blijk te vroeg te hebben gejuicht. Op zaterdag krijgen we visite en voor de visite heb ik taart en tompouce gehaald. Ik realiseer me ineens dat ik zelf geen tompouce ‘mag’ eten. Het besef maakt me een beetje recalcitrant. Hoezo, ‘mag’ ik dat niet eten? Mag ik dat even zelf weten? Ik eet de tompouce gewoon op. En na die tompouce ook nog een stukje taart.

De volgende dag breng ik een bezoek aan kennissen in Dordrecht. Bij de lunch mag ik mee eten maar ik zie dat ze niks veganistisch hebben. Een gevoel van schaamte overvalt me bij de gedachte dat ik ze ga vertellen dat ik dat niet ga eten omdat ik veganist ben. Ik besluit het broodje te eten.

Ben ik nu genezen van mijn veganistische voedselexperiment? Zeker niet. Ik blijf ook nu het februari is experimenteren met veganistisch eten, maar ik zal mezelf geen veganist noemen. Als ik ergens ga eten, sla ik een gebakje niet af. Als ik honger heb en er is geen alternatief ga ik gewoon niet veganistisch eten. Chocola blijf ik voor nu gewoon eten. Mijn vriend is een minder grote eter dan ik ben en hij houdt regelmatig eten over; eten dat hij normaal gesproken weg zou gooien maar wat ik graag op eet. Eten weggooien vind ik altijd erger dan mezelf strikt aan een veganistisch dieet houden. Maar zuivel vervang ik nu steevast door soja yoghurt en vleesvervangers zijn ook weer een vast onderdeel in mijn avondeten.

En dan nu terug naar waarom ik met dit experiment begon. Behalve dat het voor mij een goede manier is om mijn aandacht af te leiden van De Zaak, komt het voornemen om veganistisch te eten ook voort uit het kijken van de documentaire Game Changer. Wat ik goed vindt aan deze documentaire is dat het focust op de positieve gevolgen van plantaardig eten. In plaats van beelden te laten zien van slachthuizen van varkens, kippen in legbatterij hokken en doodbloedende koeien, laat de documentaire zien waarom veganistisch eten goed is, voor jezelf en voor het millieu. Het gaat in op de gevolgen voor de gezondheid en laat voorbeelden zien van atleten die sinds ze plantaardig eten, enorme sprongen vooruit maken. In plaats van de gebruikelijke weg van de dierenactivist te volgen en mensen te confronteren met dierenleed en benadrukt hoe fout men nu wel niet bezig is, benadert de documentaire de zaak van een geheel andere kant. Een kant die inderdaad game changing kan zijn, mits de beweringen kloppen, uiteraard. Maar kloppen de beweringen? En wat zijn die beweringen precies? In mijn volgende blog zal ik proberen in te gaan op de belangrijkste statements van de documentaire en zal ik een fact check van die statements doen. Voor nu kan ik iedereen aanraden zelf de tijd te nemen de documentaire te bekijken. De documentaire is te vinden op Netflix, een ideale documentaire voor een winderige regenachtige zondagavond!

Een gedachte over “Game changer

  1. Met veel plezier gelezen! Ik las gisteren in de krant dat sportdrankjes kopen en innemen onzin is, want dat die veel te veel suiker bevatten.
    Dat idee had ik al, dus heb ik eigenlijk nooit gedaan. Maar, wat ik al eerder las, bietensap voor de duursporter is heel goed! Als je het maar met mate drinkt. Water en bietensap, dat is het beste volgens het artikel.
    En dan zullen bietenburgers ook wel goed zijn (lijkt op het eerste gezicht wel een beetje op een niet goed doorbakken hamburger). Maar om te wachten met opeten totdat de datum een week verstreken is…
    En taart is altijd goed natuurlijk. Zoals Herman Finkers al antwoordde op de vraag ‘Hoe gebruikt u uw koffie’: Met gebak!

    Like

Laat een reactie achter op Menno Fritsma Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s